Alchemie & Paracelsus

by Anne

Paracelsus “Rondtrekkend student, arts, theoloog en de eerste systematische botanicus.”

Philippus Aureolus Theophrastus Bombastus von Hohenheim (1493-1541, Roepnaam: Theophrastus) noemde zichzelf Paracelsus (en zo zou hij ook de geschiedenis ingaan). Hij vond namelijk dat hij de beroemde Romeinse arts Aulus Cornelius Celsus overtrof. Paracelsus had zo zijn eigen ideeën over de geneeskunde, de elementen en de (religieuze) politiek.

Hij verwierp niet alleen de bestaande medische kennis, hij gooide zelfs een medisch studieboek in het vuur om zijn punt kracht bij te zetten.

 

Hij riep zo natuurlijk de nodige weerstand op, maar had zeker ook genoeg patiënten en toehoorders. Wellicht omdat het dan ook een “bombastisch” en interessant figuur was, die zijn vak ondanks de verwerping van de heersende middeleeuwse leer goed verstond.

Paracelsus wordt vandaag de dag vaak in verband gebracht met de homeopathie, omdat hij als eerste het homeopathische grondbeginsel beoefend zou hebben.

 

 

De vier Pijlers

Paracelsus was op zoek naar “de ware geneeskunst” en ondernam daarbij een heuse zoektocht door tal van landen. Bovendien was hij een tijdje veldarts en deed tijdens verschillende veldslagen evenzo aanzienlijk wat kennis op.

Zijn belangstelling werd ook gewekt door de volksgeneeskunde; hij leerde van mensen uit het klooster, van natuurgenezers, kruidenvrouwtjes, barbiers (“kappers” die ook als dokter optraden) en alchemisten.

Ondanks dat zijn zoektocht naar de ware geneeskunde niet de “juiste” leermeesters opleverde (lees: leermeesters die de “ware geneeskunst” kenden), kwam hij toch met een theorie. Volgens Paracelsus berust de geneeskunde namelijk op vier pijlers die hij beschreef in zijn werk, Volumen Paragranem, namelijk:  filosofie astronomie/astrologie, alchemie en ethiek.

 

I FILOSOFIE

De eerste pijler, filosofie, zou érg belangrijk zijn voor elke arts. Eigenlijk zou iedereen die zich bezig houdt met geneeskunde, ook filosoof moeten zijn.

Paracelsus ging vooral uit van de hermetische filosofie (filosofie van microkosmos en macrokosmos); ziekte en gezondheid is afhankelijk van de harmonie tussen mens (microkosmos) en de natuur (macrokosmos) en uiteindelijk van God. Alles wat in de natuur voor komt vind je volgens paracelsus ook terug in de mens (alhoewel niet in dezelfde hoedanigheid).

De kunst van geneeskunde is volgens Paracelsus om alle elementen uit de natuur terug te kunnen zien in de mens.

 

II ASTRONOMIE

De tweede pijler, astronomie/astrologie (vroeger was er geen verschil), werd door Paracelsus niet gebezigd zoals door andere astrologen, die geloofden dat je lot vastlag in de sterren. Al hadden de sterren volgens hem wel degelijk invloed en konden ze bijvoorbeeld infecties veroorzaken.

Paracelsus rekende onder astronomie/astrologie ook de latere meteorologie en de aardrijkskunde in de natuurkundige zin.

 

III ALCHEMIE

De derde pijler, alchemie, betekende voor Paracelsus het vervaardigen van “zuivere” geneesmiddelen. De mens en de natuur bestaan uit dezelfde elementen.

Paracelsus dacht dat ziekte veroorzaakt werd doordat het element uit de natuur zijn tegenhanger in de mens zou “aansteken”. Door een medicijn gemaakt van een beetje van dat specifieke element toe te dienen, zou de zieke weer moeten genezen (één van de pijlers van de klassieke homeopathie: “het gelijke met het gelijksoortige genezen” (Similia similibus curentur)).

Alchemie zou er voornamelijk vooral op gericht zijn “de steen der wijzen” te vervaardigen; een steen die metaal in goud kan veranderen. Paracelsus keurde materieel gewin af en hield er wellicht een andere alchemistische theorie op na (die verderop in dit stuk toegelicht wordt).

 

IV ETHIEK

De vierde pijler, ethiek, sloeg op de opvatting dat artsen er zuivere motieven op moesten nahouden. Een arts dient eerlijk, verantwoordelijk en gewetensvol te handelen en mag zijn beroep niet uitoefenen om er rijk van te worden (een “dankjewel” moest in principe genoeg zijn).

 

 

 

De vijf Entia

Volgens Paracelsus waren er vijf gebieden waar de oorzaken van ziekte vandaan kwamen. De meningen verschillen nog steeds over wat hij nou precies met elk gebied bedoelde (ik heb alle mogelijkheden die ik vond neergezet).Hij noemde deze gebieden “entia”(Latijn: “Zijnden”):

-Ens Astrale/ Ens Astrorum :  (door toedoen van) de sterren/het astrale lichaam (zenuwstelsel)
-Ens Naturale: (door toedoen van) de lichamelijke gesteldheid/erfelijke eigenschappen
-Ens Veneni: (door toedoen van) vergiftiging /klierstelsel
-Ens Spirituale: (door toedoen van) de geestelijke gesteldheid/circulatiesysteem/ (kwade) geesten
-Ens Dei: (vanwege) God(delijk)/het ware zelf/het goddelijke in jezelf

Je kan volgens Paracelsus dus onder andere ziek worden vanwege de sterren en hun invloed, vanwege aangeboren factoren, vanwege vergiftiging, vanwege een slechte geestesgesteldheid of omdat God het zo wil. Maar hij geloofde ook dat iedereen de kracht in zich had zelf te genezen.

 

Archeus

De levenskracht die in iedereen en ook in de natuur leeft noemde Paracelsus “archeus”. Archeus is het grondbeginsel dat de natuur leidt en stuurt; het houdt alles bijeen en houdt de cycli en ontwikkelingen op gang.

Archeus wordt ook wel eens vis vitalis of de kwintessens genoemd. Ook zou het “de geheime kracht van de natuur” zijn, de hoogste levenskracht die in de alchemie van de substanties gescheiden wordt.

Bij ziekte zou er een tekort aan archeus zijn en zou de archeus uit de natuur de tekortkomende archeus in het zieke lichaam te hulp kunnen schieten.

Paracelsus trachtte de levenskracht uit de natuur te onttrekken om daarmee mensen beter te kunnen maken. Hij geloofde ook dat de mens de kracht, namelijk archeus, in zich had om zichzelf te kunnen genezen.

 

 

De drie elementen

Paracelsus was ervan overtuigd dat er drie elementen of grondbeginsels zijn waaruit de mens bestaat, namelijk kwik, zwavelen zout. In de alchemie spelen deze elementen ook een erg belangrijke rol als symbool voor de tegengestelden en als ingrediënten voor het vervaardigen van de steen der wijzen.

Ook staan ze in de alchemie symbool voor de rede, het gevoel en het lichaam: Zwavel staat voor het denkvermogen, vanwege het opgaan in de lucht. Kwik staat voor emotie, vanwege de vloeibare en beweeglijke eigenschap. Zout staat voor het lichaam, omdat zout aards materiaal is.

Het is geloofwaardig dat Paracelsus die symboliek aanhield, aangezien hij het inzetten van alchemie voor het behalen van persoonlijke rijkdom afkeurde (zoals het daadwerkelijk vervaardigen van een steen der wijzen).

 

De theorie over de drie elementen

(Informatie bron: Theosofische vereniging Nederland)

Kwik, zwavel en zout zouden tijdens de eerste stap van het alchemistische proces teruggebracht moeten worden tot de prima materia, oftewel “de eerste materie”. De uitkomst van deze stap wordt aangeduid met het woord nigredo, dat “zwartheid” betekent.

De tweede stap wordt solve et coagule genoemd, wat splitsen en bijeenbrengen betekent. Tijdens de tweede stap wordt het nigredo verandert in albedo, “witheid”.

Daarna zijn er nog meer fases nodig van splitsen en bijeenbrengen. Dit wordt het rubedo genoemd, ook wel “roodheid”.

Ook houden we kwik, zwavel en zout aan als symbolen voor de rede, het gevoel en het lichaam.

 

Het alchemistische proces vertaald

Om een helder en vredig leven te lijden is het belangrijk dat je gedachten (de rede), je gevoelens en je handelen (het lichaam) met elkaar overeen komen.

Vaak is dit niet het geval en moeten “de drie elementen” dus bijeen worden gebracht.

Door je gedachten, je gevoelens en je handelen op elkaar af te stemmen kunnen ze elkaar sterker maken. Deze stap kan gezien worden als de eerste stap van het alchemistisch proces; nigredo.

Volgens de theorie zou je een persoonlijk ik hebben en een individueel ik. Het individuele ik is bijvoorbeeld de bron van je intuïtie, de ik waar je innerlijke stem vandaan komt. Vaak heeft het persoonlijk ik nauwelijks kennis van het individueel ik.

Het persoonlijke ik en het individuele ik moeten apart van elkaar (h)erkend worden (solve) en dan met aandacht met elkaar samengebracht worden (coagule).

Die staat van eenheid van de twee “ik’s” kan gezien worden als de tweede stap van het alchemistisch proces; albedo.

 

Gouden Verlichting

Maar er bestaat iets dat nóg hoger is dan het individueel ik, namelijk het bewustzijn dat zich uitdrukt in het bewustzijn van iedereen.  Dat bewustzijn is van ons allemaal en kan zich in ons allemaal individualiseren. Om dat bewustzijn als ware identiteit te ontdekken is om volledig verlicht te zijn.

Het samenbrengen van het individuele ik en het gedeelde bewustzijn is de derde stap van het alchemistisch proces; rubedo.

Het rubedo produceert uiteindelijk “de steen der wijzen”, oftewel  verlichting of spirituele heelheid. Zo veranderen we het lood van onze uiteengevallen persoonlijkheden in het goud van een eenheid met het gedeelde bewustzijn. Het goud van verlichting.

 

You may also like

Leave a Comment

* By using this form you agree with the storage and handling of your data by this website.